penningen

plaquettes

standbeelden

borstbeelden

tekeningen

dierplastieken

decoraties

keramiek

monumenten

publicaties

fotoalbum

overig
monumenten:

H.C. Verbraak

Juliana van Stolberg

Van Tuyll

A.H. Jacobs & C.V.Gerritsen

Emma 1934

Emma 1937

H.J. Lovink

Tweede Wereldoorlog

vrouwen-ereveld

Onderwerp  
Jaar Gemaakt in 1920-21 en onthuld in 1922
Gesigneerd GJW Rueb in lopend schrift op de linkerkant van de sokkel (zie onderstaande afbeelding)
Materiaal brons op een Beiersch granieten sokkel op een grotere grondplaat
Daar omheen een zestal kleine pilaartjes, die volgens de briefkaart met kettingen waren verbonden (maar die kettingen zijn er nu niet meer).
Afmetingen 2,50 m hoog op een sokkel van lbh: 59x74x176 cm
Aanwezigheid in het Molukkenpark (Taman Maluku) op de hoek van Aceh Street en Maluku Street in Bandung, Indonesië
Bijzonderheden Het beeld is gegoten bij (tekst op de sokkel):
Fonderie Nationale des bronzes
J.Petermann
St. Gilles-Bruxelles

Tekst op de zuil:
PASTOOR
H.C.VERBRAAK.
1835 – 1918.
AALMOEZENIER
1874 – 1881
ATJEH
1874 – 1907


Henricus Christianus Verbraak (Rotterdam 1835-Magelang 1918) was sinds 1864 opgenomen in de Orde der Jezuïten en heeft vanaf 1873 zijn missiewerk in Nederlandsch Oost-Indië verricht. Er is een boekje over zijn leven geschreven door F.van Hoeck: De soldatenpastoor – P.Henricus Verbraak S.J. uitgegeven in 1924 bij n.v. de R.K. Boekcentrale, Amsterdam.

Over tante en het beeld op pagina 201:
Men slaagde erin om voor de uitvoering van dat werk eene buitengewoon begaafde kunstenares te vinden, Mejuffrouw G. Rueb te 's-Gravenhage. Al te groote bescheidenheid houdt dezen naam voor velen onbekend, maar haar talent heeft zich schitterend geopenbaard in de marmerbusten van H. M. de Koningin en Prins Hendrik, geplaatst in de voorhal van het stadhuis te Rotterdam en die van Viotta in den grooten foyer van den Amsterdamschen schouwburg; de bronsbuste van Generaal Snijders en het monument Tydeman te Tiel. Zoodra zij zich op de hoogte had laten brengen van het leven en werken van pastoor Verbraak, was deze Protestantsche vrouw met zooveel eerbied voor dien Roomschen priester vervuld, dat zij volgaarne de taak op zich nam, zonder zelfs eenigen eisch te stellen voor het toe te kennen honorarium.
Het beeld, ter grootte van 2.50 M., werd volgens het in gips afgewerkte model in brons gegoten door de „Fonderie Nationale" te Brussel; ons gouvernement had daarvoor eenige oude kanonnen beschikbaar gesteld. Het voetstuk, uit Beiersch graniet, is ruim twee meter hoog. Door de stoomboot-maatschappij „Nederland" werd het monument kosteloos naar Indië vervoerd.

Zie onder voor een overzichtsfoto van de onthulling en diverse briefkaarten.
Het beeld is vermeld in het boekje van Veth.

 

hand

De foto van de handtekening komt uit het fotoalbum van een kleinkind van G.K.Dijkstra. Lt-generaal G.K.Dijkstra (commandant van het KNIL 1920 – 1922) en zijn vrouw staan op de overzichtsfoto (maar dat moet je wel weten, want de poppetjes staan er erg klein op. Naar tante hoeft niet gezocht te worden, want die is nooit in Indonesië geweest.)

Op de detailfoto is goed te zien dat Verbraak enkele keren onderscheiden is. Met de hulp van Erik Müller en zijn site over de Nederlandse Ridderorden en Onderscheidingen, zijn die als volgt te onderscheiden (van links naar rechts):
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
- Officier in de Orde van Oranje-Nassau
- Atjeh-medaille 1873-1874
- Eereteeken voor belangrijke krijgsbedrijven met gesp 'Atjeh 1873-1874'

In zijn boekje schrijft van Hoeck dat toen Verbraak met pensioen ging hij ook de onderscheidingen niet meer droeg. Op pagina 184: "Och, kijk, mijn Overste hier in de pastorie heeft geen ridderorde, en als ik, zijn ondergeschikte, mij zoo opsier, zou dat al te veel afsteken." Zodra zijn Overste, pastoor Nolthenius de Man, dit vernomen had ging hij naar Verbraak toe. "Hoor eens hier, beste pater, ge moet uwe ridderorden dragen; gij hebt ze verdiend en ik niet; ge zult er nog invloed mee kunnen hebben als ge bij de soldaten komt". En de volgenden dag reeds liet hij trensen zetten op zijn toog, haalde de zorgvuldig ingepakte decoraties weer voor den dag, en droeg ze verder geregeld als hij naar kazerne of hospitaal ging.

 



onthulling, uit: “het Leven” van 3 april 1922, (klik op de afbeelding voor een vergroting)

 

vz briefkaart voorzijde

 

kz briefkaart achterzijde

 

een latere briefkaart

 

 

 

naar boven